De opname van stikstof door een groenbedekker
tijdens de ontwikkeling varieert doorgaans tussen 20 en 100 kg stikstof (N) per
ha, met extremen tussen 10 en 300 kg N/ha. Dit is afhankelijk van ondermeer de
beschouwde soort groenbedekker, de bodem- en weersomstandigheden, de
bodembewerking, het zaaitijdstip en de biomassa ontwikkeling.
Doorgaans zal de opgenomen stikstof terug vrijkomen na het vernietigen en
onderwerken van de groenbedekker, waardoor het gedeeltelijk benut kan worden
door het volggewas. Toch is het effect van groenbedekkers op
stikstofbeschikbaarheid weinig eenduidig en doorgaans eerder beperkt. In een
gemiddeld jaar is er sprake van een bescheiden winst aan stikstof in de orde
van 5 tot 20 kg N/ha, met cijfers die kunnen oplopen tot 80 kg N/ha. Niet
alleen de hoeveelheid, maar ook het tijdstip waarop de N-nalevering gebeurt is
van groot belang. In principe kan het zelfs gebeuren dat de N uit ingewerkte
groenbedekkers zo laat vrijkomt, dat ze niet ter beschikking komt van het volggewas.
Dit gebeurt bv. vaak in het eerste jaar na toepassing van een groenbedekker
gekenmerkt door een langzame vertering. Veel hangt af van het type
groenbedekker, en het tijdstip van onderwerken: voor een optimale N-vrijggave
gebeurt het inwerken liefst zo laat mogelijk, maar voor de meeste volggewassen
best vóór half maart. Verder is er vaak sprake van "stratificatie":
de stikstofhoeveelheid neemt dan geconcentreerd toe in de toplaag, terwijl er
in de ondergrond zelfs een afname kan zijn.
Link: C.3.3.3