De ervaringen rond de impact van
bodembewerking op teeltkost zijn erg uiteenlopend, en veel is afhankelijk van
de specifieke omstandigheden en werktuigen.
Bij teeltkosten kan men in eerste instantie aan brandstofverbruik denken. Een besparing op het brandstofverbruik kan met name
bewerkstelligd worden door (1) een reductie in trekkrachtvereisten en dus
brandstofverbruik per werkgang, of (2) het uitsparen van één of meerdere
werkgangen. Omdat de trekkrachtvereisten voor een niet-kerende grondbewerking (NKG) doorgaans kleiner zijn dan voor
ploegen, met name bij een meer oppervlakkige
bewerking, bestaat effectief de kans dat aan het
eerste criterium voldaan wordt. Of gereduceerde bodembewerking ook effectief
werkgangen uitspaart, is een veel complexere vraag. Voor directzaai of een
niet-kerende grondbewerking onder de vorm van een oppervlakkige
zaaibedbereiding, kan doorgaans minstens één
werkgang uitgespaard worden door het achterwege
laten of combineren van werkgangen. Voor diepere NKG wordt dit al minder
vanzelfsprekend.
Bovendien zijn vaak een aantal extra werkgangen nodig bij NKG zoals voor het
onderwerken van groenbedekkers of organische mest, daar waar het kerend
inwerken van de groenbedekker of de mest automatisch gebeurt tijdens het
ploegen. Men kan daarom concluderen dat in de praktijk het brandstofverbruik
regelmatig ook hoger ligt onder NKG.
Het eindresultaat zal dus ondermeer afhangen van de termijn waaronder een bodem
reeds onder NKG ligt, het aantal benodigde werkgangen over de hele rotatie
bekeken (dus inclusief de groenbedekkers), en de bewerkingsomstandigheden.
Globaal kan men concluderen dat de effecten erg variabel en relatief beperkt
zijn.
Tot slot: de brandstofefficiëntie wordt voor een groot aandeel bepaald door het
rijgedrag van de bestuurder, correct gebruik van frontgewichten, en aangepast
gebruik van bandentype, -breedte en –spanning.
Link: C.1.6.4